Bel voor een afspraak! 014 77 01 63 | We zitten in Geel (Zammel), Paaleik 3|nathalie@je-advocaat.be

De nieuwe rolrechten uitgelegd

De nieuwe rolrechten uitgelegd

Sinds 1 juni 2015  gelden er nieuwe rolrechten en dient er een pro-fiscoverklaring te worden toegevoegd.

De regels werden vastgelegd in de wet van 28 april 2015 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten – pg. 29 665 (publicatie in het Belgisch Staatsblad op 26/05/2015). Deze wet hervormt de griffierechten door deze te vereenvoudigen en te moderniseren.

Wat zijn rolrechten?

De rolrechten zijn de belastingen die betaald moeten worden bij het inschrijven van een zaak op de agenda van de rechtbank.

Wat zijn de belangrijkste veranderingen?

Eenzelfde tarief voor alle rollen

Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen het type van rol waarop de zaak wordt ingeschreven.

Vroeger was er een verschillend rolrecht naargelang men de zaak inschreef op de algemene rol dan wel op de bijzondere rollen (rol van de verzoekschriften, rol van de kort gedingen). Voortaan is het bedrag van het rolrecht dezelfde voor zowel de algemene als de bijzondere rollen.

Rolrecht naargelang het gerecht én de waarde van de vordering

Er blijft er een verschil bestaan in de hoogte van het rolrecht naargelang het gerecht waar men de zaak instelt. Bijkomend dient men nu ook rekening te houden met de waarde van de vordering.

Dit betekent dat het rolrecht in principe hoger zal liggen voor een zaak met een waarde van € 7.500 dan een zaak met een waarden van € 1.000.

De vrijstelling voor fiscale en arbeidsgeschillen blijft gelden voor zaken met een waarde € 250.000. Is de waarde van de zaak hoger, dan is er toch een rolrecht verschuldigd.

Andere vrijstellingen werden behouden in het nieuwe systeem.

Per eisende partij

Het rolrecht wordt betaald per eisende partij. Elke natuurlijke of rechtspersoon dient in verhouding tot zijn aandeel in de totale waarde van de vordering een rolrecht te betalen. Een gehuwd koppel dat samen bij de vrederechter een vordering instellen met een waarde van 2.600 euro, zal elk een rolrecht moeten betalen van 40 euro. Elke eisende partij heeft immers een aandeel van 1.300 euro in de totale waarde van 2.600 euro. Indien dezelfde vordering echter ingesteld door één enkele eiser, zal deze een rolrecht van 80 euro moeten betalen. Het rolrecht wordt hier immers berekend op het totale bedrag van 2.600 euro aangezien er maar één eisende partij is.

Uitzondering: Van dit principe wordt afgeweken voor de groepsvordering, de actio popularis en de rechtsvordering tot collectief herstel (class action). In deze gevallen zal niet elke eisende partij een rolrecht moeten betalen. Er is slechts één enkel rolrecht verschuldigd.

Waarde van de vordering

De waarde van de vordering wordt beoordeeld op het moment van het neerleggen van de inleidende akte. Om de waarde van de vordering te kennen, moet men een redelijke schatting maken van de definitieve vordering die men zal trachten te bekomen. Dit betekent niet dat men de allerlaatste conclusie dient af te wachten om de waarde van de vordering te kennen. De waarde wordt immers, zoals hierboven reeds vermeld, bepaald op het moment van het neerleggen van de inleidende akte. Wel moet men een schatting maken van het bedrag dat men uiteindelijk denkt te vorderen.

Wanneer het bedrag van de vordering niet in geld waardeerbaar is, is het te betalen rolrecht het rolrecht dat overeenkomt met de laagste schijf van de rechtbank in kwestie.

De inschatting van de vordering gebeurt via een Pro Fisco-verklaring.

Hoeveel bedragen de rolrechten?

Algemene regel

GERECHT WAARDE ROLRECHT
Vredegerecht / Politierechtbank <= € 2.500 of niet in geld waardeerbaar € 40
> € 2.500 € 80
Rechtbank 1e aanleg
(behalve familierechtbank en fiscale kamers)
/ Rechtbank van koophandel
<= € 25.000 of niet in geld waardeerbaar € 100
€ 25.000 < x <= € 250.000 € 200
€ 250.000 < x <= € 500.000 € 300
> € 500.000 € 500
Hof van Beroep <= € 25.000 of niet in geld waardeerbaar € 210
€ 25.000 < x <= € 250.000 € 400
€ 250.000 < x <= € 500.000 € 600
> € 500.000 € 800
Hof van Cassatie <= € 25.000 of niet in geld waardeerbaar >€ 375
€ 25.000 < x <= € 250.000 € 500
€ 250.000 < x <= € 500.000 € 800
> € 500.000 € 1.200

Uitzondering 1: Fiscale en arbeidsgeschillen

GERECHT WAARDE ROLRECHT
Rechtbank 1e aanleg (Arbeidsrechtbank) <= € 250.000 n.v.t.
€ 250.000 < x <= € 500.000 € 300
> € 500.000 € 500
 Hof van Beroep <= € 250.000 n.v.t.
€ 250.000 < x <= € 500.000 € 600
> € 500.000 € 800
Hof van Cassatie <= € 250.000 n.v.t.
€ 250.000 < x <= € 500.000 € 800
> € 500.000 € 1.200

Uitzondering 2: Familierechtbank

GERECHT WAARDE ROLRECHT
Rechtbank 1e aanleg (Familierechtbank) n.v.t. € 100
Hof van Beroep n.v.t. € 210
Hof van Cassatie n.v.t. € 375
2018-08-18T02:31:24+00:00